In 1886 richtte D.H. Eysink in Amersfoort een installatiebedrijf op dat zich specialiseerde in stoommachines, stoomwerktuigen en gasinstallaties. Al snel begon het bedrijf met het op kleine schaal produceren van hoge bi's en driewielers voor de lokale markt.  Ook verkochten ze een kleine hoeveelheid Britse importfietsen.

Toen niet lang hierna de Rover zijn doorbraak beleefde, zag ook Eysink, dat ondertussen was uitgegroeid tot familiebedrijf, de vraag naar fietsen enorm toenemen. Daarop besloot men om de verkoop van andere merken te staken en zich voortaan te concentreren op eigen fabricaat. Wel maakte men gebruik van ingekochte onderdelen. Deze kwamen niet alleen uit het buitenland, maar werden ook gekocht bij Simplex.

De fietsen van Eysink waren van zeer deugdelijke kwaliteit en deden niet onder voor het beste dat de hooggeprezen Engelse fabrikanten op de markt brachten. Het bedrijf kreeg dan ook een goede naam.
De merknaam werd enige tijd 'Hollandia' om te benadrukken dat het om fietsen van eigen bodem ging. Later zou deze naam komen te vervallen en werd het gewoon 'Eysink'.

Rond 1895 was Eysink genoeg gegroeid om zijn eerste serieproductie op gang te brengen. In een catalogus uit 1896 worden wel 12 verschillende modellen aangeboden. Het bedrijf moest meteen uitbreiden om aan alle vraag te kunnen voldoen.

De andere activiteiten van Eysink zakten nu snel naar de achtergrond. Een aantal jaren kwam de focus volledig op de productie van fietsen te liggen. Dat zou na de eeuwwisseling snel veranderen. Opnieuw werd het bedrijf meegezogen door een nieuwe ontwikkeling, namelijk de opkomst van het gemotoriseerd verkeer. Daar zou de uiteindelijke bestemming van dit bedrijf liggen, waardoor het toch vooral de geschiedenis in zou gaan als één van de belangrijkste motor- en autofabrieken van Nederland.

Bron: http://auto-en-vervoer.infonu.nl/fietsen/61488-nederlandse-fietsindustrie-in-de-19de-eeuw.html 

© 2018 BIG Wholesale B.V.. All Rights Reserved. Realisatie DE ONLINE ZAAK